Den Kleyne Doorenboom ligt aan het kruispunt van twee oude verkeerswegen: de
oude baan Turnhout-Geel-Diest, die hier den ouden verkeersweg
Antwerpen-Herentals-Retie-Holland doorkruist. Hij ligt ook in de onmiddelijke
nabijheid van den ouden watermolen van Brustele (nu Houtum).
Het gebouw was vooral bedoeld als afspanning en logementhuis, tevens als
herberg en bakkerij en als gasthof voor den reizenden passant.
Van het portaal kwam men in een groote gelagzaal, waarin niet
minder dan elf deuren uitmonden naar de andere vertrekken. Een groote openhaard
voor turfvuur, een beddekoets gecamoufleerd als oude eiken kleerkast, de opgang
naar de kelderkamer, de zoogenaamde dragonderskamer met de ingemetselde alkoven,
dat alles moet
Den Kleyne Doorenboom tot een gezellig en comfortabel logementhuis gemaakt
hebben. De schuur bood ruimte voor 80 paarden. Het huidige steenen gebouw van
Den Kleyne Doorenboom dagteekent dus maar van het begin der 19de eeuw, maar
Den Kleyne Doorenboom had toen reeds een lange geschiedenis achter den rug.
De woonwijk Watermolen-Kleyne Dorenboom heette vroeger Brustele, later Bruystel
en Brussel, en is wel een van de oudste bewoonde wijken van het dorp. Wegens
dezen watermolen en door de ligging aan het kruispunt van de twee groote banen
was deze plek een uitverkoren pleisterplaats voor handelaars en reizenden,
hetgeen ze dan waarschijnlijk van in de vroege Middeleeuwen reeds geweest is.
Eerst in 1673 wordt de afspanning voor de eerste maal als "Den Kleyne Doorenboom" vermeld ("huys ende hof genaempt den
kleyne Doorenboom." Cijnsboek van Casterle 1673). Toen was de afspanning gehouden
door Jan Van Gorp Corneliszoon, die ook schepene van de gemeente was. De familie
Van Gorp week van hier uit naar Goor, Vorsel, Terloo en Isschot. In 1710 was
Joris Michiels gehuwd met Anna Bertels waard in
Den Kleyne Doorenboom. Hij werd
weldra opgevolgd door zijn broer Adriaan, die getrouwd was met Maria Elisabeth
Embrechts, dochter van Hendrik, den grooten boterkremer van Houtum, die
wekelijks met twee of drie karren naar Antwerpen reed en geregeld ook op Diest
reed en het bekende Diestersch bier meebracht. Adriaan had maar twee dochters.
Bij de deeling in 1765 kreeg Mergo, die gehuwd was met Geeraard Molenberghs het
huis tegenover
Den Kleyne Doorenboom en Maria Elisabeth, die met Jan Borghmans
trouwde verkreeg: "sekere huysinghe met stal, schuer, brouwereye genaempt
Den Kleyne Doorenboom" (Weezenregister Kasterlee 1765). In 1780, na den
dood van de twee echtgenooten, werden de goederen onder de vier kinderen
verdeeld. Aan de dochter Joanna Maria, die huwde met J. B. Van Looy, uit
Herenthout, beviel "sekere huysinghe met stal, hof, schuer, brouwereye
genaempt
Den Kleyne Doorenboom" (Weezenreg. 1780). Een ander dochter trouwde met
den lakenfabrikant Hendrik Valentyns en de zoon Jan werd ook lakenfabrikant. Het
was de tijd, toen de lakennijverheid hier in vollen fleur was. En daar in dien
tijd al het laken van Kasterlee en van de omliggende gemeenten, vooral van Mol,
op den volmolen van Houtum gevold werd, zoo moet het ook een goede tijd geweest
zijn voor de afspanning,
Den Kleyne Doorenboom. Die groote toeloop van
vreemdelingen en welstellende burgers uit het dorp moet voor den eigenaar een
prikkel geweest zijn om den ouderwetschen Doorenboom te herbouwen en te
moderniseeren. In het 13 der FranscheRepubliek werd den heele boel voor den
vrederechter verkocht en aangekocht door Jan Govers. Met half Maart 1800 werd
Den Kleyne Doorenboom betrokken door een jong echtpaar uit Wommelgem, Peeter Florus -
Maria Anna De Kinder. In 1808 kocht Florus "de Kroon" in het dorp te
Kasterlee en in 1811 verhuisde hij uit
Den Kleyne Doorenboom. Later woonde er Adriaan
Gevers, getrouwd met Anna Maria Thijs en na hem zijn zoon Jozef. Intusschen was
in 1840 de steenweg Turnhout-Diest aangelegd en wel in rechte lijn van den Berg
te Kasterlee tot Geel. Het groot verkeer langs
Den Kleyne Doorenboom hield
daarmee op en
Den Kleyne Doorenboom verviel dan ook weldra tot den rang van een
gewone herberg. Later werd het eigenbom overgeërfd in de fanilie Van Eyck. In
1956 werd
Den Kleyne Doorenboom aangekocht door de familie Noyens.